vrijdag 4 januari 2019

Animation / Animated.

Hier een leuk stuk van Anselm Franke over 'animitation' en 'the animated' in E-flux.

donderdag 20 december 2018

Patty Klein

Natuurlijk, de eigenlijke voorlopers van de vele vrouwelijke striptekenaars die in een autobiografisch idioom werken (Bechtel, Barry, Goeckner etc) waren de underground tekenaressen van Wimmen's Comix (zoals o.a. Hillary Chute besprak in Graphic Women (2010). Maar in de Nederlandse context zou ik ook een lans willen breken voor Patty Klein. Zoals ik in de vorige blog beschreef, onder haar invloed werden de kinderstrips uit de Donald Duck familiedrama's (en ze introduceerde een vergelijkbare dynamiek in het door Jan van Haasteren getekende Eric en Opa uit de Jippo).

Daarnaast denk ik dat Noortje uit de Tina wat meer credit zou moeten krijgen. De Tina-productie was bij het verschijnen van deze gag-strip vooral afkomstig uit de UK en Spanje, en leek te drijven op kostschool-balletdanser romantiek geschreven (meen ik) door mannen. Klein liet Noortje draaien om herkenbare meisjesdingen, en zette daarbij (natuurlijk) haar eigen ervaring in. De strips werden klein en dagelijks. En daardoor zette het de deur open voor Barbaraal, Maaike's dagboekje etc. 


Midas / Dekkers

Ik lees net de obituary van Jan Steeman die Patty Klein schreef voor Stripschrift 545 dat Midas Dekkers op achttienjarige leeftijd de voornaam 'Midas' koos uit sympathie voor de Wolf uit de Disney-verhalen (die zijn toenmalige vriendin Patty Klein destijds schreef).

(Hieronder een mooie plaat getekend door Dick Matena)
Midas, de Grote Boze Wolf, is natuurlijk afkomstig uit Disney's beroemde Silly Symphony uit 1933, en (zo lees ik op Wikipedia) was ook de ster van een kortlopende krantenstrip, getekend door Al Taliaferro (in 1936). Voor zover ik weet  was deze strip (i.t.t. de Nederlandse) met name op de tekenfilm gebaseerd. 




Volgens mij is de versie waarbij Midas dwars wordt gezeten door Wolfje typisch Nederlands, en het product van de verhalen van Andries Brandt, Lo Hartog van Banda en Patty Klein (allen afkomstig uit de oude Toonder stal). Midas verandert hier van een Grote Boze Wolf in een tikje een infantiel en zelfs sneu karakter, gedreven door Pure Honger. Wolfje's taak is niet alleen om zijn vader's eetdrift in toom te houden, maar ook om zijn vader te beschermen tegen zichzelf. Hierdoor wordt eenzelfde dynamiek geïntroduceerd die de Barks-Duck familie zo leuk maakte - en zo geschikt voor een familieblad (dat Donald Duck in feite is): met een alleenstaande vader die volkomen inadequaat en infantiel is, en een kind dat volwassen maar een tikje pedant is. 

No wonder, misschien, dat deze dynamiek de 18-jarige Midas (destijds Wandert) Dekkers interesseerde. Dekkers afficheerde zich in zijn latere leven graag als 'schrijvende bioloog' - maar het lijkt alsof hij vooral geïnteresseerd is in wat dieren voor mensen betekenen. Zijn belangrijkste boek, Lief Dier, gaat natuurlijk ook over bestialiteit.

Het stripfiguur - de funny animal - is niet alleen een fantasie over een figuur overgeleverd aan de drive (Zizek), maar het bevindt zich in wat Marjorie Garber het transvestite continuum noemt: het vervagen van de grens tussen mens en dier leidt tot het vervagen van een andere grens, in dit geval tussen kind en volwassene. (Kortweg, waar de eerdere funny animals raciale grenzen overstegen, daar vervagen de latere, Nederlandse 'familiestrips' vooral de grenzen tussen de generaties.


donderdag 13 december 2018

Avengers 4: Endgame


Naar verluid is Avengers 4: Endgame,  die in April uitkomt de laatste film waarin Stan Lee een cameo zal maken. Toen Lee's gezondheid achteruitging is deze scene snel geschoten, zodat de scenarist nog een keer op het witte doek tot leven kan komen.


Dat Lee zijn filmische  'wederopstanding' nou juist in deze film beleeft is natuurlijk geen toeval. Infinity War eindigde met een verrassend zwaarmoedige scene waarbij de helft van de helden van Lee om het leven kwam (o.a. Spidey, Groot en dr Strange legden het loodje).

De trailer begint dan ook met een toon van rouw. "We lost. All of Us," spreekt de voice-over. "We lost family. We lost Friends. We lost part of ourselves."

Na een fade to black verschijnt Iron Man in beeld. Hij tikt op zijn beschadigde helm en spreekt hem aan met 'Stay On' - maar het klinkt als 'Stan.' Hij neemt zijn stem op en zegt tegen het nageslacht: 'if you hear this recording, don't feel bad. Part of the Journey is the End.'

De trailer lijkt daarmee een toespeling te maken op de dood van Lee - decennialang het centrum van het Marvel Universum - maar ook op de status van de superheldensaga als tekst: het is onmogelijk om er een einde bij voor te stellen.

Verder onthult de trailer niks. Maar we weten: een wederopstanding is op komst.




zaterdag 24 november 2018

Stemmetjes, Stemmetjes, Stemmetjes

Ik lees net ontdekt dat de stem van Betty Boop gebaseerd is op die van zangeres Helen Kane, bekend van 'I wanna be loved by you' - volgens mij ook nog gezongen door Marilyn Monroe. 

In 1932 spande ze zelfs een rechtszaak tegen Fleischer aan vanwege 'copyright infringement.' Haar claim was dat haar, zeg, kirrende, scatting boo-boo-ba-doop stijl klakkeloos door het tekenfilmfiguur was overgenomen. 

Kane verloor de zaak. De rechter oordeelde dat er al voor haar andere, vergelijkbare zangers waren, en op deze site staan een paar voorlopers van zangeressen die aan 'Booping' doen.  Wikipedia heeft ook hier wat leuke info over.

't Punt is: Betty Boop is, net als Mickey, een product van geluidsfilm. En, meer nog dan Mickey, is het een belichaming van een stemmetje. 

Regensmurfer

De drie Smurfenverhalen min of meer getekend en geschreven zijn door Gos (De Krwakakrwa, De Ruimtesmurf, een Andere Smurf dan de Anderen) zijn, zoals ik al schreef, niet alleen duidelijk minder, maar ze doorbreken de Delporte's 'Vulgair-Modernistische'-lijn die de stripjes in eerste instantie zo leuk maakte. De mini-boekjes en de vroege zes-stroken-strips waren expliciet plat. Het leuke aan de smurfen was hun serialiteit, hun gebrek aan psychologie, etc. Het lijkt, zoals ik schreef, of de verhaaltjes puur uit 'formele principes' voorkomen: telkens wordt het plot aangedreven door een afwijkende Smurf.

Bij Gos is dat ook het geval, maar i.t.t. de Delporte-verhalen is die afwijking gesemantiseerd, en soms zelfs gepsychologiseerd. Delporte's 'Honderdste Surf' (1967) is enkel anders omdat hij een spiegeling is. Daarom doorbreekt hij de pure symmetrie van de honderd smurfen (die nodig is voor de Maandans, dat een vorm van een vierkant moet aannemen). Deze Smurf doorbreekt de lineaire smurfengemeenschap, net als het (in de vele visuele grappen) ook de leesrichting van de strip de andere kant op zwengelt. Het verhaal is weliswaar gemotiveerd door een 'psychologisch' probleem (de Spiegelsmurf ontstaat door de ijdelheid van Smurfatje die als een narcissus naar zichzelf blijft staren in de spiegel) - maar dit is meer een McGuffin. Een aanknopingspunt voor een reeks grappen die serieel van aard zijn.

De verhalen van Gos lijken in eerste instantie dezelfde logica te hebben - maar in feite doorbreken ze dit. De Ruimtesmurf & een Andere Smurf dan de Anderen (1969) beginnen met het (volgens mij door Gos bedachte) neoconservatieve Smurfenclichee (geparodieerd door Hans Teeuwen), van het dorpje dat een organische eenheid is omdat iedereen een eigen functie heeft (er is een bakkersmurf, boerensmurf, grote smurf, etc) en waarbinnen een 'ongewone' smurf een probleem is. Dit probleem is psychologisch van aard (de smurf lijdt aan weemoed, melancholie, etc.), en wordt opgelost als de Smurf op reis gaat. 

Het Smurfendorp verandert van een variatie op de moderne maatschappij (zoals Benedict Anderson stelt, moderniteit stelt gemeenschap 'serieel' voor), in een nostalgische fantasie over een organische samenleving. Het gevolg is ook dat de formele eigenschappen van strippagina niet langer meer 'leidend' zijn, maar dat de 'inhoud' van de strip determineert hoe de strip eruit ziet. In termen van Benoit Peeters beroemde classificatie van de vier verschillende manieren van 'mise-en-page': mise-en-page wordt niet meer 'productief' maar retorisch gebruikt. Zie Peeters ). Het gevolg is ook dat de personages 'inhoud' krijgen, en dat het Smurfendorp een 'wereld' wordt. De strip wordt ook (dankzij de decors van Walthery) 'drie-dimensionaler. De 'platheid' van de micro-boekjes verdwijnt. Met andere woorden: de strip wordt meer 'Disney' - de 'illusion of life' esthetiek vervangt de vulgair modernistische lijnteken-techniek.

Op het moment dat Delporte weer terugkeert (met de Regensmurfer) lijkt de oude Smurfstijl er opeens weer te zijn.