vrijdag 8 maart 2019

Felix / Charlie

Messmer's Felix was gedeeltelijk gebaseerd op Chaplin - net als Mickey zich op Jolson baseert (en Bettie Boop op die boepboeppiedoep-zangeres). Wat nodig is: een systematische vergelijking. 

donderdag 7 maart 2019

Betty Boop 2

.... en ook de doorbraakfilm van Betty Boop blijkt een minsteel-kant te hebben. Het is een uitvoering van Cab Calloway's Minnie the Moocher. De tekenfilm begint met danspassen van Cab zelf - alsof de dansende lijnen van Minnie's geanimeerde lichaam en dat van de bandleider vergelijkbaar zijn...


zondag 3 februari 2019

The Eyes of Orson Welles

Tijdens het bekijken van Mark Cousin's schitterende documentaire 'The Eyes of Orson Welles' valt me niet alleen op dat Welles, als Hitchcock, Resnais & Fellini niet alleen in eerste instantie tekenaar was - maar tekenaar gefascineerd door strip.


Op zich niet gek - strip en film waren natuurlijk de twee zusterkunsten van de eerste helft van de twintigste eeuw. Maar wat me opvalt in de tekeningen die Cousins laat zien: het is niet zozeer de 'sequential storytelling' van de strip die hem fascineert, de stripgrammatica, de opeenvolging van shots etc, waardoor een storyboard op een strippagina lijkt. Welles lijkt vooral in de lijn geïnteresseerd - of liever, de geanimeerdheid van de lijn.

Cousins toont, in een mooie sequentie, de kerstkaarten die Welles elk jaar tekende, vaak met kerstboom. En daarin keer steeds een zigzaggende beweging terug: een lijn die aan de hand doet denken. En aan de 'line of beauty' van Hogarth.

Hier trouwens een leuk stuk over Welles als schilder in Senses of Cinema.

vrijdag 4 januari 2019

Animation / Animated.

Hier een leuk stuk van Anselm Franke over 'animitation' en 'the animated' in E-flux.

donderdag 20 december 2018

Patty Klein

Natuurlijk, de eigenlijke voorlopers van de vele vrouwelijke striptekenaars die in een autobiografisch idioom werken (Bechtel, Barry, Goeckner etc) waren de underground tekenaressen van Wimmen's Comix (zoals o.a. Hillary Chute besprak in Graphic Women (2010). Maar in de Nederlandse context zou ik ook een lans willen breken voor Patty Klein. Zoals ik in de vorige blog beschreef, onder haar invloed werden de kinderstrips uit de Donald Duck familiedrama's (en ze introduceerde een vergelijkbare dynamiek in het door Jan van Haasteren getekende Eric en Opa uit de Jippo).

Daarnaast denk ik dat Noortje uit de Tina wat meer credit zou moeten krijgen. De Tina-productie was bij het verschijnen van deze gag-strip vooral afkomstig uit de UK en Spanje, en leek te drijven op kostschool-balletdanser romantiek geschreven (meen ik) door mannen. Klein liet Noortje draaien om herkenbare meisjesdingen, en zette daarbij (natuurlijk) haar eigen ervaring in. De strips werden klein en dagelijks. En daardoor zette het de deur open voor Barbaraal, Maaike's dagboekje etc. 


Midas / Dekkers

Ik lees net de obituary van Jan Steeman die Patty Klein schreef voor Stripschrift 545 dat Midas Dekkers op achttienjarige leeftijd de voornaam 'Midas' koos uit sympathie voor de Wolf uit de Disney-verhalen (die zijn toenmalige vriendin Patty Klein destijds schreef).

(Hieronder een mooie plaat getekend door Dick Matena)
Midas, de Grote Boze Wolf, is natuurlijk afkomstig uit Disney's beroemde Silly Symphony uit 1933, en (zo lees ik op Wikipedia) was ook de ster van een kortlopende krantenstrip, getekend door Al Taliaferro (in 1936). Voor zover ik weet  was deze strip (i.t.t. de Nederlandse) met name op de tekenfilm gebaseerd. 




Volgens mij is de versie waarbij Midas dwars wordt gezeten door Wolfje typisch Nederlands, en het product van de verhalen van Andries Brandt, Lo Hartog van Banda en Patty Klein (allen afkomstig uit de oude Toonder stal). Midas verandert hier van een Grote Boze Wolf in een tikje een infantiel en zelfs sneu karakter, gedreven door Pure Honger. Wolfje's taak is niet alleen om zijn vader's eetdrift in toom te houden, maar ook om zijn vader te beschermen tegen zichzelf. Hierdoor wordt eenzelfde dynamiek geïntroduceerd die de Barks-Duck familie zo leuk maakte - en zo geschikt voor een familieblad (dat Donald Duck in feite is): met een alleenstaande vader die volkomen inadequaat en infantiel is, en een kind dat volwassen maar een tikje pedant is. 

No wonder, misschien, dat deze dynamiek de 18-jarige Midas (destijds Wandert) Dekkers interesseerde. Dekkers afficheerde zich in zijn latere leven graag als 'schrijvende bioloog' - maar het lijkt alsof hij vooral geïnteresseerd is in wat dieren voor mensen betekenen. Zijn belangrijkste boek, Lief Dier, gaat natuurlijk ook over bestialiteit.

Het stripfiguur - de funny animal - is niet alleen een fantasie over een figuur overgeleverd aan de drive (Zizek), maar het bevindt zich in wat Marjorie Garber het transvestite continuum noemt: het vervagen van de grens tussen mens en dier leidt tot het vervagen van een andere grens, in dit geval tussen kind en volwassene. (Kortweg, waar de eerdere funny animals raciale grenzen overstegen, daar vervagen de latere, Nederlandse 'familiestrips' vooral de grenzen tussen de generaties.