dinsdag 3 februari 2015

Barbara Yelin's Irmina


Wat me bladerend door de Reprodukt Catalogus opviel: hoe (ongemerkt) de stripwereld (vooral in Scandinavië & Duitsland - maar ook wel in Frankrijk) steeds minder een jongensclubje is.

l'etoile mysterieuse

Deze cover is vandaag verkocht voor 2,5 miljoen Euro.

Nou is het ook wel een meesterwerk, de cover. Uit mijn hoofd zou ik zeggen: het is de eerste kuifje die helemaal draait om het probleem van de Crypt / onleesbaarheid / het decoderen. En het mooie is: in het centrum van de pagina staat een soort paddestoel met een vlekkenpatroon van onduidelijke status. Het lijken enerzijds afbeeldingen, anderzijds lijkt de 'differentiële' status van de afbeeldingen (elke vlek verschilt minimaal van elke andere vlek) te suggereren dat hier geen iconische logica, maar een symbolische (schriftmatige) logica aan het werk is. Het roept dus de vraag op: hoe lezen we dit? Als Rebus? Hieroglief? Raadsel? 

De zweetdruppeltjes rond het hoofd suggereren dat onze jonge reporter er zelf ook niet uitkomt.

Vandaar dat Burns hem als uitgangspunt neemt voor zijn Kuifje Persiflage Toxic.



Brecht Evens….

Op Angouleme heb ik even kunnen bladeren in het prachtige "Panter" van de Vlaamse Brecht Evens. Schitterend werk, dat op een - denk ik - nieuwe manier gebruik maakt van de fabel-structuur van het stripplaatje, en de inherente neiging to antropomorfisme van het tekeningetje...

.
Die bovenste strook vind ik erg mooi. Prachtig hoe de beweging van die kat wordt neergezet, en in drie plaatjes de ambivalentie van de kat-mens relatie opgeroepen wordt. Want er is natuurijk echte warmte tussen kat en mens, maar hij zit ook vol raadsels en misverstanden: de kat tolereert de hand op plaatje 1 (want wil eten). Het meisje kijkt op plaatje twee (het wil dat de kat's behoefte (need) die zij voedt ook verlangen (liefde) in zich draagt), of in ieder geval erkenning. De kat kijkt terug - mauwt wellicht - maar wat ziet het? En tenslotte, in plaatje drie, een situatie waarin de need / desire oppositie vervaagt is: het op schoot zitten en aaien. Maar wat betekent dit?

Ook heel efficiënt hoe Evens hier beweging suggereert door de verschillen tussen de eerste en tweede plaatjes minimaal te laten zijn. Hierdoor ontstaat een flipboek-effect. 

woensdag 28 januari 2015

Wolinski documentaire op arte

…. helaas in het Duits...

PIF Gadget



Nooit geweten dat "Pif Gadget" (waar ik altijd een tikje op neerkeek, als Spirou jongen) het stripblad van de Franse Communistische Partij was & de opvolger van Vaillant (wat weer een jeugdblad opvolgde dat (illegaal) verscheen tijdens de bezetting. Het hondje zelf is bedacht door Spanjaard Jose Cabrero Arnal, die Mauthausen overleefde, en (zo blijkt een google-image rondgang) een veel leukere Fleischer-achtige ronde stijl heb dan ik me kan herinneren.


Vanwege zijn communistische credentials was Pif ook een van de weinige Europese strips die ook in het Oostblok te koop was. 

Wat ik ook niet wist: dat Mandryka (later Pilote, later Echo, later Charlie Mensuel) ook begon in Pif.

s

Schulz / Wolinski



 


dinsdag 27 januari 2015

Over Taniguchi...

…. gelukkig, in het CIBD in Angouleme is er na alle opwinding rond Charlie, een tentoonstelling over de Zen-achtige rust van Japanse stripmeester Jiro Taniguchi….

Hier in zijn meesterwerk 'l'homme qui marche":




Of "France Culture" was gisteren een gesprek over Taniguchi met een redacteur van Casterman (zijn uitgever in Frankrijk) en Benoit Peeters, de Tintinoloog, Derrida-biograaf, en stripscenarist (voor Schuiten), die eerder een boek met interviews over de tekenaar publiceerde, "l'homme qui dessine"

Tijdens het gesprek merkte Peeters op hoe radicaal de keuze was van Taniguchi om strip te zien als medium van verstilling, van een zekere 'meditatief' tijdsverloop, juist omdat Manga volkomen draait om 'movement images' (om Deleuze's term te misbruiken). (Zelfs het door de pagina's heen 'flippen' van de telefoonboekformaat dikke tijdschriften suggereert cinema). In een nieuw issue van Les Inrocks 2 wordt (terecht) een verband gelegd met de cinema van Ozu, en zijn 'zgn' 'still life' shots,' waarin niets gebeurd en de tijd lijkt stil te staan.


En recentelijk verwees filmwetenschapper Gunning in een stuk in Critical Inquiry, in een analyse van Mignola's Hell Boy naar Ozu om te laten zien hoe Strip en Verstilling samen kunnen gaan. 'Typisch Japans,' zou men zeggen, maar Peeters en de Casterman-redacteur (wiens naam mij ontschiet) stellen juist dat hier de invloed van de Europese strip uit blijkt. Kuifje in Tibet - wellicht het eerste album waarin de reis die de jonge reporter maakt meer innerlijk is dan geografisch, en waarin verstilling en het wit van de pagina een sleutelrol spelen (met zijn publicatiedatum 1958-1959 ook niet geheel toevallig samenvallend met de opkomst van Modernisme in de Franse Cinema (Rive Gauche)).



(Kuifje in Tibet is niet geheel toevallig een album waarin een wandeling centraal staat (net als l'homme quie marche), en waarbij de ervaring van het wandelen zelf de personages a.h.w. weg laat vallen. Zoals hierboven, waarin de 'walking blues' van Kuifje & (vooral) Haddock tot een grammaticale kortsluiting leidt, waarbij het onduidelijk is of de verschillende plaatjes nog wel momenten in de tijd omkaderen…)

Maar vooral het werk van Moebius wordt door Taniguchi aangehaald als van doorslaggevend belang voor zijn eigen ontwikkeling als tekenaar. Hij vertelt hoe hij op een dag in een Japanse tijdschriftenhandel op een paar platen van Moebius stuitte, en zich ineens voornam om anders te tekenen. 

En inderdaad, de link is duidelijk: niet alleen de 'klare lijn' van moebius, die contouren accentueert, maar ook zijn 'decoupage' - en (waarschijnlijk) zijn meditatieve inhoud (vooral in de werken met Jodorowsky).

Maar ook al eerder in Blueberry: